Glyfada - Athene - Kreta; 27 - 31 maart

Gepost door: Corry Gepost op: 31 maart 2006 | 0 Reacties

Tags: , , ,

Vanochtend verlaten we het nog tamelijk koude Delphi en gaan op pad naar Athene. De weg is perfect, breed en redelijk onderhouden. Al blijf ik me verbazen over het feit dat zelfs in de autosnelweg (vanaf Thebe) overal gaten in de weg zitten. En daar rij je dan met een gemiddelde snelheid van 130 km per uur overheen… Een eindje vóór Athene valt me op dat meer auto’s zich houden aan de verplichte maximum snelheid van (hier) 110 km/u. Als ik dan ook nog een tegenligger zie knipperen met z’n lichten, besluit ik ook maar meteen wat gas terug te nemen. Een wijs besluit blijkt 200 meter verder, daar staat een agent met lasergun! Poe, poe, net op tijd.


Dichtbij Athene wordt het drukker. Door een chaos aan ons links en rechts passerende auto’s nemen we uiteindelijk de afslag naar Vari. Daarna wordt de chaos enkel groter, en racen we tussen vrachtwagens, cementauto’s, Smarts (wat rijden die hard!), sportwagens en oeroude pick-ups richting Varkitsa. Daar gooien we uiteindelijk de auto vóór een terras neer (Griekse gewoonte… gelukkig was er een plekje!) en drinken een frappé op deze zonnige dag. Nog een eindje en we zijn in Glyfada. Daar willen we een dag of drie blijven, omdat je vanuit die plaats gemakkelijk met de tram naar Athene kunt. Ik ben twee keer min of meer per ongeluk met de auto Athene ingereden, en wil liever geen herhaling. Athene is wat autorijden en parkeren betreft Griekenland in de overtreffende trap!

Parkeren
Grieken zijn eersteklas parkeertechneuten. In de meest onmogelijke hoekjes weten ze hun vervoermiddel nog kwijt te raken. Auto’s op de stoep, voor een uitrit, in een doodlopende straat (daar moet toch niemand door?), dubbel geparkeerd, op een invoegstrook, midden op een T-splitsing (plaats genoeg eromheen, toch?) en zelfs op de rechterrijstrook van een weg met drie banen. Het is onbegrijpelijk hoe men hier zonder bekeuringen het leven doorkomt. Of misschien vinden ze het gewoon niet erg om deze te betalen, omdat je je auto toch érgens kwijt moet. Of wellicht is de astonomia (politie) net zo creatief en zien ze veel door de vingers. Hoe dan ook, ik waag me hier niet aan, er rij desnoods tien rondjes om de auto mijlenver weg van waar ik wezen moet te parkeren. Ben sowieso benieuwd of ik deze maanden deukloos doorkom. Ik heb al veel auto’s mét deuk gezien..

Heerlijke stad
Iedere keer wanneer ik Athene bezoek, vraag ik me af waarom ik hier graag kom. Het is er druk, warm (zelfs nu!), rommelig, lawaaierig (waarom zijn ze áltijd overal aan de weg aan het werken?) en vol met mensen die je van alles proberen aan te smeren. Sinds ik in redelijk Grieks kan antwoorden dat ik ‘alles al heb gekocht, niets wil eten of drinken, en alles al weet’ ben ik er snel vanaf. En ook nu weer is het genieten. Deze keer kijken we eens bij het stadion, slenteren door de hellende wijk Pangrati, door Psiri en tot slot door Monastiraki. Overal ruikt het heerlijk en zie je tal van mensen genieten van de zon en het lekkere eten. Het valt me op dat er steeds meer trendy restaurantjes bijkomen waar men eet, elkaar ontmoet en vooral ook zit om te kijken en gezien te worden.
We hebben vanochtend onze (mobiel-)wekker gezet om de zonsverduistering niet te vergeten. Maar eenmaal in Athene blijk je die echt niet te kunnen vergeten. Iedereen is in de ban van de zon. Op Syndagma staan grote kijkers opgesteld en tal van TV-camera’s. Op een groot scherm kun je meekijken. Maar als wij daar komen duurt het nog zeker een uur voor je echt wat kunt zien, dus we besluiten toch maar elders in Athene te kijken. Uiteindelijk lopen we in Monastiraki en ook hier kijken veel mensen naar het natuurverschijnsel. We lenen een ‘eclipsglas’ van een ijzerhandelaar waar we net langs lopen. Zo’n zonsverduistering is een merkwaardig iets. Je ziet het echt schemeriger worden en het wordt kouder. Volgens de METRO is de verduistering in Athene 85%. Heel apart, vooral als het een half uurtje later weer veel zonniger is en je voelt dat de temperatuur stijgt.

Kaap Sounion
Donderdag is weer reisdag. ’s Morgens gaan we naar Kaap Sounion, een prachtige stek op het zuidelijkste puntje van Attika. Op het puntje van de Kaap is de tempel van Poseidon gebouwd. De oude Grieken kozen locaties voor een tempel met zorg, dat is duidelijk!
Volgens de mythologie stortte op dit punt koning Aegeus zich in zee toen hij de boot zag waarmee zijn zoon van Kreta terugkeerde. Deze had aangekondigd dat hij bij een overwinning op de Minotaurus de witte zeilen zou hijsen. Wanneer hij zou sterven, zou de bemanning terugkeren met de zwarte zeilen gehesen. Helaas was hij een beetje vergeetachtig en had hij de zwarte zeilen laten hangen. Zijn vader sprong daarop van verdriet van de kaap af in zee en verdronk. Sindsdien heet de zee de Aegeïsche zee, aldus de overlevering. De route naar Sounion is werkelijk schitterend. Veel groen, witte dorpjes en hier en daar wat versnipperde huizenplukjes tussendoor, en soms heel steile rotspartijen tot in zee. De kaap zelf is eveneens steil en brokkelig. Er valt vast wel eens een stukje in zee. Ik denk even aan een boek dat ik pas gelezen heb, waar iemand uit eerwraak van deze rots in zee was geduwd. Zou detective Tweed er nog zijn? We moeten rond half drie in Piraeus zijn om de boot van kwart voor vier naar Chania (Kreta) te nemen. Dus om één uur begeven we ons weer in het Atheense verkeer. Het went al. Een stroom auto’s begeleidt ons naar de haven. We kopen kaartjes en zitten rond kwart voor drie aan boord van de Highspeed 5 van Hellenic Seaways. Een supersnelle boot die om kwart over acht in de avond in Chania aanlegt. Na een eerste zoektocht door donker Chania (chaotische drukte, veel heuvels en nauwe straatjes, onduidelijke bewegwijzering en weinig hotels met parkeerplaats in de stad) koersen we toch maar naar Georgioupoli. Na wat speurwerk vinden we een hotel waar we geloof ik de eerste gasten van het jaar zijn.. We hebben geen idee hoe de omgeving eruit zien, want aardedonker. Morgen zien we meer..

Ammoudara
Die ochtend zetten we om negen uur koers naar Ammoudara, een paar kilometer van Agios Nicolaos, waar ik een appartement heb gehuurd voor twee weken. We volgende de borden Rethymnon het dorp uit. De weg wordt steeds smaller. Dit is toch niet het fíetspad naar Rethymnon?? Het weggetje kronkelt en komt door allerlei superkleine, leuke dorpjes. Mensen kijken hun ogen uit als we langs rijden, toeristen zijn hier nog schaars. Het blijkt een secundaire weg te zijn, die we drie kwartier moeten rijden voordat we de autoweg naar Rethymnon (en Iraklio) opkunnen. Daarna is het opschieten en doorrijden. We besluiten nog een keer een koffiestop te houden, want toch een tochtje van drie uur naar Ammoudara. Het wordt Stalida, ben best benieuwd hoe zo’n supertoeristische plaats er in maart uitziet. Nou, dat is een aparte ervaring. We rijden de hoofdweg door het plaatsje, parallel aan het strand. Een paar kilometer spookstad! Alles is gesloten, zit vaak nog half in een verbouwing, er lopen bouwvakkers rond en schoonmakers, maar verder is er niemand te zien. Werkelijk niets is geopend, geen flesje water te krijgen. Ook geen gewoon huis gezien trouwens, alles is voor de (nu nog niet aanwezige) toerist. Ook meteen duidelijk, voor mij geen Stalida…
Rond twaalf uur zijn we in Ayos Nicolaos, drinken koffie en zijn een uurtje later in ons appartement in Ammoudara, lonely op de berg. De eigenaar komt met zelfgeoogste sinaasappels en eitjes van de eigen kippen. Om ons heen mekkeren geitjes en schapen. Oja, zo is het leven op het land…
We pakken héél de auto uit, en maken plannen voor de rest van de week.


 

 

Plaats je reactie

Comments

No one has commented on this page yet.

RSS feed for comments on this page | RSS feed for all comments